Angst

‘Flinke meid zijn’ zegt de stem uit een ver verleden. Ik werd als kind in bed gelegd en ondergestopt met de woorden ‘ga maar lekker slapen’. Dat was geruststellend bedoeld maar klonk onheilspellend. Slapen was wel ‘t láátste dat ik wilde. Dan lag ik daar in ‘t donker te kijken. Ik wist ook wel dat mijn moeder liever koffie ging drinken beneden. Ik wist ook wel dat ik niet zou roepen: kom terug, niet weg gaan, blijf bij me, niet naar beneden gaan, blijf nog even, kom naast me zitten op bed, pak mijn hand, lees me iets voor, laten we samen in ‘t donker kijken.

Verder ging ze, verder weg naar benee, naar de gezelligheid, naar de anderen. Naar de koffie. Dat was niet dat bruine dat zo rook. Nee, koffie dat was erbij horen, dat was met elkaar lachen, dat was ‘t samen leuk hebben. Die hemel zou voor mij nog opengaan. Dan zou ik ook opblijven. Dan zou ik er ook bijhoren. Mits…

Wat is nou precies die slagboom die almaar nog naar beneden is? Een slagboom die nog steeds niet gewoon open staat. Ik wil altijd iedereen vertellen hoe makkelijk ‘t is om met mij om te gaan en vind daarvoor nooit ‘t juiste moment. Nooit de juiste woorden.

Ik heb iets met slagbomen, ooit in Bergerac in Zuid Frankrijk heb ik er een op mijn hoofd gehad. Mijn dreads hebben me toen gered.

Hier ben ik in meditatietraining. De groep is in diepe stilte. Mijn mobieltje gaat. Ik pak mijn tas en loop met gestrekte arm de gang op. Ik draag mijn tas naar voren zoals een moeder een overstuur kind. Het kind dat de orde verstoort. Ik wil niet bij ‘t lawaai horen dat eruit komt. Na ‘t telefoongesprek durf ik niet meer terug naar binnen. Ik schaam me en start direct een innerlijke scheldkanonnade. Zelfbeschuldiging, zelfbeschimping, zelfbeklag, ze vechten om voorrang. Ik weet ‘t nu zeker. Voor altijd zal ik de aansluiting tot de grote mensenwereld missen.

Ook weet ik, als ik ‘t hier niet vind zal ik het nooit vinden. Dan zal ik ‘t leven nooit ten volle leven. Hier bij de leerlingen van Thich Nhat Hanh. Veiliger kan ‘t niet. Laatste kans voor Ciesje. Neus dicht. Springen! Ik ga de zaal in. Stilte. Het eerste dat ik zie is de glimlach van Margriet. Rondom haar mond twee schaduwboogjes. De minuscule beweging bij haar mondhoeken is als ‘t ophalen van de slagboom. Verbinding hersteld! Ik loop naar ‘t lege kussentje en ga zitten. Verrukkelijke harmonie. Verrukkelijke rust. Ik mag hier zijn…alles… ook mijn angst mag hier zijn. Angst is universeel. Angst hoort erbij. Angst is echt iets voor mij!

Deze tekst is verschenen als column in Wereldregio (week 10, 2020)