Het doorgeefluikje.

Een week gelee stond ik voor de spiegel en besefte dat ik met een glimlach naar mezelf keek. Ik keek met een nieuwe blik naar mezelf. ‘Ria Dohmen ik ben je dochter’ zei ik tegen mezelf in de spiegel. Opgewekt strekte ik me uit in m’n volle lengte.

Dat vind ik nou zo leuk, dat het mogelijk is op je 72 ste de relatie met je moeder te herstellen. Het was lang moeizaam en kil tussen ons. Nu zag ik iets nieuws. Ik zag tevredenheid, met mezelf als dochter van Ria en blijdschap zag ik, met Ria als moeder. Ik voelde me verbonden met haar. Ik kon me nu opeens ook wel voorstellen dat zij van mij genoten heeft. Ze is al een tijd dood.

In ieder geval was ze vorige week niet meer alleen de vrouw van ‘het doorgeefluikje’ en ben ik niet meer alleen de dochter die haar moeder heeft zien lijden. Zien lijden of doen lijden? Dat ga ik nog eens uitzoeken. Ooit schreef ik voor haar het gedicht ‘het doorgeefluikje’. Dat is een gat in de muur tussen keuken en eetkamer met aan twee kanten een deurtje. Tussen beide luikjes in, is een ruimte om schalen met eten neer te zetten. Zo’n luikje was vroeger een heel gemak, het voorkwam heen en weer geloop.

Ik heb de metafoor van het doorgeefluikje gebruikt omdat onverwerkt leed van ouders vaak onbewust wordt doorgegeven aan de volgende generatie.

Er bestaan meerdere soorten voedsel. Er is geestelijk voedsel en gewoon aardappels. Dat snapt u. Het koken staat hier voor het verteerbaar maken van de pijnlijke ervaring. Niet alleen aardappels, ook ervaringen kunnen zwaar op de maag liggen. Dat snapt u ook. Als ouders de verantwoording niet nemen voor hun eigen leed, geven ze dit onbewust door aan hun kinderen, in welke versleutelde vorm dan ook. Of iedereen dat snapt?
Dat weet ik niet. 

de ballade van het doorgeefluikje’

Iedere dag dekt ze de tafel, iedere dag opnieuw doet moeder dat
dan zet ze in de muur het luikje open

en neemt daaruit de borden en de schalen
en iedere dag staat het geheimzinnig luik weer vol
en ligt het voedsel dampend in de pannen en de schalen
iedere dag opnieuw zet ze de borden op de tafel en dient het eten op
dan legt ze hier een stuk verzet, op dat bord wat fijn gehakte jaloezie
daar wat brokken met geweld en over alles heen
lepelt ze wat lust met plicht geblust en ieder eet met smaak, 
maar koken doet ze niet en in de keuken komt ze niet 

iedere dag ruimt ze de tafel af, iedere dag opnieuw doet moeder dat 
dan zet ze in de muur het luik weer open

en verzamelt daar de resten van de dis 
kliekjes wanhoop, harde korstjes wrevel, velletjes verveling, 
wat opgedroogd verdriet, taaie stukken onherbergzaamheid en resten plicht
ze veegt het van de borden, schuift het in een kom,
stapelt het servies weer op elkaar en ruimt de tafel af
elke dag opnieuw staat het luik weer vol met vaat

en  op de vraag ‘heeft het gesmaakt’ antwoorden de kinderen in koor ‘heerlijk’
dan staat de moeder van de tafel op en doet het luik weer dicht
maar koken doet ze niet en in de keuken komt ze niet.