wat ik zoal leerde, deel 1

Het is niet de ander die mij leed berokkent. Het is dat onnoembare dat mij van binnen uitholt en opvreet. We zien in het nieuws dat standbeelden van beroemde mannen ruw omvergetrokken worden. Het zijn personificaties van extreem geweld. Nu alleen nog de standbeelden bij ons van binnen van hun voetstuk rukken. Dat is wel wat lastiger. Daar kun je geen gezamenlijke actie van maken. Dat kun je alleen zelf doen. Op ‘t centrale plein van mijn ziel staat een enorm standbeeld. Ik schreef er ooit een gedicht over, hier zijn enkele regels daaruit:
‘ach mensen lief, het verlangen een van u te zijn,
dan maar wat minder geestkracht, wat minder vrijheidszin,
ik ruil ze beide in om bij u te mogen horen, ach sta mij toe een van u te zijn’
Ik bedoel dat ik daar een standbeeld heb opgericht voor normaliteit en aanpassing. Dat enorme standbeeld moet maar eens tot gruis gestampt. Daarna richt ik er een op voor de kunstenaar. Toch blijft ’t moeilijk iets dat al zo lang deel uitmaakt van mezelf vaarwel te zeggen. Ik lijd eronder, wil er vanaf en toch, je weet wat je hebt en niet wat je krijgt. Eenzelfde soort twijfel beving me bij de eerste stap naar de psychiater. Je weet nooit hoe je verandert en wat dan! Zal ’t echt wel een verbetering zijn. Je eigen leed, ja, dat is zo eigen en ik lijd er nu al zo lang onder.
Waar huist dat ongemak nu precies. Wat is dat gat in mijn ziel. Wat is dat levenslang aanwezige ongemak. Zijn ’t heftige gevoelens, is ‘t angst, schaamte, woede, jaloezie?
Ik weet wel dat een situatie of plek alleen beangstigend is zolang ik er buiten blijf. Angst houdt me tegen om erin te stappen. Angst voorkomt dat ze gewoon wordt. Adem in, adem uit. Als ’n onaangenaam gevoel uw bewustzijn binnen dringt? Blijf erbij. Adem in, adem uit. Een onaangenaam gevoel heeft altijd een goeie reden om er te zijn. Adem in, adem uit, tel tot tien. Van handelen afzien. Dat leren ze ook aan opgefokte jongeren. Dat niet handelen, ’t Wu Wei, is essentieel in ’t Taoïsme, een wijsgerige stroming uit het oosten. Niet handelen, niet spreken, niets in gang zetten. Alleen begrip vergroten voor dat wat er zich in me afspeelt. Begrip voor dat wat me bezielt. In de ban van heftige gevoelens is het moeilijk scherp waar te nemen. Blinde woede, blinde begeerte de naam zegt ’t al. Een kalm gemoed is handiger. Ik weet, zonder leed is bestaan niet mogelijk.
Wat ik wé l kan is stoppen met lijden onder ‘t leed. Als ik de condities waaronder mijn leven zich voltrekt accepteer lukt me dat. Tot accepteren werd ik voor ’t eerst gedwongen toen ik te horen kreeg dat ik een flink kankergezwel had en dacht dood te gaan. Ik kon hier niet van weglopen. Ik moest ’t wel accepteren. De dood zat bij mij van binnen. Tóen voelde ik voor het eerst mededogen. Ik was niet boos en niet bang. Ik had begrip voor mezelf. Uit de modder kwam de lotus. Stro werd goud. Toen ik m’n dood accepteerde leerde ik wat compassie is. Een zacht gloeiend geluksgevoel, dat me optilt, doet zweven. Een alomvattend gevoel van vertrouwen en van verbinding, Daar wordt naar verwezen als ze ‘t in de bijbel hebben over ‘de verrijzenis’. De verrijzenis die komt na de kruisiging. Als ik boven mijn Ik weet uit te stijgen kom ik in de Eenheid en houd ik op de grootste vijand van mezelf te zijn.